Latijnse naam : Poephila c.cincta
Franse naam : Diamant a bavette
Engelse naam : Parson Finch
Duitse naam : Gurtelgrasfink
Lengte : 12 cm
Ringmaat : 2.5 mm
Land van herkomst : Noord - Oost Australië

De gordelgrasvink is een forse geblokte vogel, met een enigszins gedrongen model. De borst moet "vol" zijn, en van voren gezien een goede ronding hebben. De nek- rug- staartlijn dient nagenoeg recht te zijn. De borst- buikvorm dient vanaf de hals
tot aan de staartinplant een regelmatig "volle" gebogen lijn te vormen zonder storende afwijkingen. De staartvorm is
trapsgewijs en de 2 middelste staartpennen zijn ± 3 mm langer.
De lengte gemeten van snavelpunt tot uiteinde van de staart moet minimaal 12 cm. zijn.
De twee middelste staartpennen zijn iets langer.
De vogel moet een rustige houding aannemen, onder een hoek van circa 30 graden met de horizontaal.
Hij dient recht op de poten te staan en het lichaam moet vrij zijn van de zitstok.
De vogel dient de vleugels gesloten langs het lichaam te dragen, en de vleugelpunten moeten op de stuit aaneensluiten.
Afhangende en gekruiste vleugels zijn een ernstige fout.
De bevedering moet strak en aaneengesloten worden gedragen, ook dient deze ongeschonden en compleet te zijn.
Let vooral op gebroken, of het niet aanwezig zijn van vleugel- en staartpennen. Tevens moeten alle vleugeldekveren
compleet zijn. Ruipunten mogen niet voorkomen.
De vogel moet een gezonde indruk maken en helder uit de ogen kijken. De bevedering dient schoon te zijn, ook
rondom de anus. Lichamelijke gebreken en tekortkomingen mogen niet voorkomen.
De poten moeten ongeschonden, recht en stevig zijn zonder aanwezigheid van kalkaanslag. Aan elke poot zijn drie
tenen naar voren en een naar achter gericht, deze moeten zijn voorzien van onbeschadigde nagels van de juiste lengte.
De snavel is kort kegelvormig, zonder vergroeiingen en/of beschadigingen. Aan de punt goed sluitend, en de bovensnavel en ondersnavel dienen even lang te zijn.

ALGEMENE KEURTECHNISCHE AANWIJZINGEN:
We dienen bij deze vogels aandacht te besteden aan het formaat en het model, voornamelijk een te zware borst of
onderbuik, het geen meestal bij te "vette" vogels voorkomt, dienen we te bestraffen bij "model". Op alle
drie de soorten, de Cincta (witstuit), dit is de nominaatvorm, als de 2 zwartstuit soorten (atropygialis en nigritecta) zijn
bovengenoemde eisen van toepassing. Ook de mutanten moeten aan bovengenoemde eisen volledig voldoen.
De beide zwartstuit soorten zullen we zelden ter keuring aangeboden krijgen.
Hybriden herkennen we aan een tweekleurige snavel. De snavelkleur moet diep zwart zijn, hierop dient men scherp te
letten. Een afwijkende snavelkleur wordt bestraft in de rubriek kleur. Ook het model van de snavel kan afwijkingen
vertonen door het vele kweken met deze soort, maar vooral door de bastaardering met de spitsstaartamadine.
De kopkleur zal bij de pop vaak wat donkerder zijn.
Ook de zwarte bef is bij de pop vaak iets kleiner, maar dit is geen vaststaand gegeven.

GORDELGRASVINK WILDKLEUR (WITSTUIT) MAN:
KLEUR MAN:
Kop/nek : Vanaf de snavelinplant, voorhoofd en kruin zilvergrijs.
Achterkop en nek blauwgrijs, egaal en vloeiend van kleur zonder lichte vlekken.
Wangen : Zilvergrijs, egaal van kleur.
Rugdek : Mantel bruin, overgaand in de bruine rug die een grijze waas toont.
Vleugeldek : Vleugeldekveren bruin met een lichte grijze waas overgoten.
Vleugelpennen bruin met een iets lichtere buitenvlag.
Stuit : Wit.
Staart : Staartpennen zwart. Bovenstaartdekveren wit. Onderstaartdekveren lichtcrème tot wit.
Borst/buik : Borst egaal warm bruin. Onderlichaam en anaalstreek crèmewit.
Poten : Oranjerood. Nagels lichtbruin tot hoornkleurig.
Snavel : Egaal zwart.
Ogen: : Donkerbruin.
TEKENING MAN:
Teugel : Zwart, tussen oog en snavelinplant. Deze is de breedte van het oog en moet strak aftekenen.
Oogring : Loodgrijs, rondom het oog even breed en strak afgetekend.
Flanken : Egaal lichtbruin, ter plaatse van de broekbevedering loopt van pootinplant naar pootinplant via de rug een zwarte band waar zij een afscheiding vormt tussen de bruine rug met de grijze waas, en de witte stuit. Deze dient een scherp en regelmatig verloop te hebben.
Kin/Keel : Zwarte peervormige bef aansluitend aan de ondersnavel, deze moet strak aftekenen.

GORDELGRASVINK WILDKLEUR (WITSTUIT) POP:
KLEUR POP:
Kop/nek : Vanaf de snavelinplant, voorhoofd en kruin zilvergrijs.
Achterkop en nek blauwgrijs, egaal en vloeiend van kleur zonder lichte vlekken.
Wangen : Zilvergrijs, egaal van kleur.
Rugdek : Mantel bruin, overgaand in de bruine rug die een grijze waas toont.
Vleugeldek : Vleugeldekveren bruin met een lichte grijze waas overgoten.
Vleugelpennen bruin met een iets lichtere buitenvlag.
Stuit : Wit.
Staart : Staartpennen zwart. Bovenstaartdekveren wit. Onderstaartdekveren lichtcrème tot wit.
Borst/buik : Borst egaal warm bruin. Onderlichaam en anaalstreek crèmewit.
Poten : Oranjerood. Nagels Lichtbruin tot hoornkleurig.
Snavel : Egaal zwart.
Ogen: : Donkerbruin.
TEKENING POP:
Teugel : Zwart, tussen oog en snavelinplant. Deze is de breedte van het oog en moet scherp aftekenen.
Oogring : Loodgrijs, rondom het oog even breed en strak afgetekend.
Flanken : Egaal lichtbruin, ter plaatse van de broekbevedering loopt van pootinplant naar pootinplant via de
rug een zwarte band waar zij een afscheiding vormt tussen de bruine rug met de grijze waas, en de witte stuit. Deze dient een scherp en regelmatig verloop te hebben.
Kin/Keel : Zwarte peervormige bef aansluitend aan de ondersnavel, deze moet scherp aftekenen
 


E-mail: info@speciaalclub.nl

www.speciaalclub.nl

Gordelgrasvink

Australische prachtvinken | Spitsstaartamadine roodsnavel | Gordelgrasvink | Maskeramadine | Gouldamadine | Diamantvink | Binsenastrilde | Bichenowastrilde | Ceresamadine | Bruinborstrietvink

Speciaalclub Exoten en Parkieten

Terug naar de homepage